#BinnenDoorDenker 
 "- bondig formuleren zet aan tot doordenken -"
 


Smaak15 september 2018                                                                                                                                                                        
 
Valt over smaak te twisten? Chubby Checker zou dat volmondig met ‘ja’ hebben beantwoord. Ons oude Enschede wil de doorstart maken van grauw textieldorp naar kleurrijke stad met regionale uitstraling. Daar horen studenten bij, koopzondagen en meerdere evenementen op het gebied van sport, eten en cultuur. Een greep: finishplaats Batavierenrace, de oudste marathon van Nederland en ‘ProefEet’, waar de lokale kookbrigades zich presenteren. ‘Tuckerville’ is jong maar al vijftien jaar gunt ‘Gogbot’ het publiek een kijkje in technologische kunst. Daar ging het afgelopen weekend mis en werd de stad een aardig stuk richting dorp teruggeworpen. Waarom? Een van de kunstwerken toont een bekende executiescene: slachtoffer in oranje op de knieën en een verklede IS idioot staand met een mes in de hand ernaast. Gruwelijk. Er werd niet een beetje zuur gereageerd, mensen waren woest. Die boosheid was geen reactie op de intentie van de kunstenaar, maar op het plaatje zelf. Je kunt het natuurlijk smakeloos vinden. Ik vroeg me af: waarom winden we ons niet net zo op over het schilderij van de verminkte lijken van de gebroeders de Witt (1672)? Dat is net zo weerzinwekkend. Door de afstand in tijd? Wat dichtbij komt, exciteert blijkbaar basale emotie, terwijl kunst het hart dient te openen, ons dialectisch denken laat overstijgen tot een gesublimeerde visie die een bittere wereld in een zoete verandert. Dat moet je wel aankunnen. De betruttelende lokale CDA fractie wil de subsidie voor Gogbot ter discussie stellen. Dat is emotie van het hoofd, flauw en geen kunst.



Perspectief8 september 2018                                                                                                                                                                      
 
Mijn redacteur op de uitgeverij hamert voortdurend op adequaat schrijfperspectief en accuratesse bij het opnemen van verifieerbare feiten in fictie. ‘Een algemeen bekend gebouw dat in werkelijkheid niet in de door jou genoemde straat staat, verkloot je verhaal.’ Onlangs heb ik de historische roman ‘De Ommegang’ van Jan van Aken gelezen met de laptop onder handbereik. Niet om de auteur te controleren, maar gewoon om meer te leren over relevante achtergronden. Het had een Columbus effect: ik ontdekte een oude nieuwe wereld! Momenteel werk ik aan een manuscript waarvoor ik kennis nodig heb over het leven van midden vorige eeuw. Hoewel het met voortbestaan bedreigde (BOEH!!) televisieprogramma ‘Andere Tijden’ veel materiaal bezit, mis ik de persoonlijke noot. Dus toog ik deze week, gewapend met opnameapparaat, pen, papier en een doos chocolaatjes naar mijn hoogbejaarde moeder. Lichamelijk gaat het redelijk, haar ooglenzen laten helaas slechts mist door. Verstandelijk en qua geheugen is de 93-jarige echter topfit. Ik stel een open vraag en ze begint te vertellen over haar leven in de periode die ik als setting heb gekozen, hoe ze mijn vader ontmoette en hun leven samen begon. Onder de thee met chocolaatje betrap ik mezelf op mijn vooroordelen en gebrekkig zicht als het over de geschiedenis gaat. Elke generatie voelt zich superieur aan het verleden. Ma’s verhaal gaat over wat ze toen deden en dachten, over kansen, twijfels en de mogelijkheden welke die tijd bood. Net gewone mensen. Ze zet me adequaat en soms wat emotioneel in het accurate perspectief.



Fitwit1 september 2018                                                                                                                                                                                                                                  
 
Onlangs werd in Den Haag een of andere smuck gearresteerd omdat hij voorbereidingen zou treffen voor het opblazen van een populistische volksvertegenwoordiger. ‘Was hij op dat moment gewapend?’ vroeg het immer kritische Journaal. Een woordvoerster antwoordde met een geheimzinnigheid alsof het een ongelijkwaardige liefdesverhouding met een VVD’er betrof, dat hij alleen over een Pakistaans paspoort beschikte. Iedereen sidderde. Een meute heethoofden in dat land is furieus vanwege een inmiddels afgeblazen wedstrijd om de fraaiste cartoon van Mohammed. Het afbeelden van de profeet wordt binnen enkele orthodoxe stromingen van de Islam niet gewaardeerd. Bilaterale zinloosheid. Waarom? Alle levensvormen zijn een voorlopig tussenproduct van een ooit eencellig begin. Wie zich het best aanpast, ‘the fittest’ volgens Darwin, overleeft. Een eindeloos proces, waarin alles volledig in elkaar overloopt. Er bestaan planten die slimmer zijn dan dieren, en dieren die minder in het moment leven dan sommige mensen. Uniek menselijk is wat met een mooi Engels woord ‘wit’ wordt genoemd: het vermogen tot abstract denken, schaken, componeren, cryptogrammen oplossen, een tekening maken, satire en zelfs onszelf een ziel toedichten. {Commercial Break: wie daar meer over wil weten, lees: ‘de zAligen’} Tot wie niet over deze extra faculteiten beschikt of zich beperkt door het dogmatisch naleven van De Doctrine Gods, Het Handboek Soldaat, De Facebook Fabels of om welke reden ook, zal de ‘wit’ van zo’n tekenwedstrijd niet doordringen. Integendeel: zodra zekerheden onder vuur komen te liggen, worden hele waanwerelden bedreigd. De eindvraag is wie uit de as van deze brandhaard oprijst als de ‘nitwit’.



Zielkijker 25 augustus 2018                                                                                                                                                                    
 
Coen Verbraak heeft het beste tot het einde bewaard: het moment waarop de ziel zelf zich moet verantwoorden voor zijn doen en laten. Na dit komt er niets meer, zijn we uitgekeken. Daar zijn de religieuze leiders uit de geweldige slotserie van ‘Kijken in de Ziel’ het natuurlijk niet mee eens. Hun functie bestaat voor een groot deel bij de gratie van de ziel en het leven na het huidige. Coens manier van vragen (gemeend) en prikken (gemeen) dwingt de geïnterviewde tot eerlijke antwoorden. Er is geen keus. Dat wordt bevestigd door hun lichaamshouding, toon van stem en woordkeus. Ze voelen zich veilig terwijl Coen de meest cruciale dilemma’s aan hen voorlegt. Wat na enkele afleveringen opvalt, is hoe grote religies zich in de basis beroepen op dezelfde principes. In de rituelen, het uiterlijk vertoon, zitten de verschillen. Die maken het ook weer gevarieerd. Een wereld met maar een religie is volgens de meesten maar oersaai. Behalve voor de katholieken. Die zijn sowieso het meest hardvochtig in de leer. Bij de vrolijke roomse clan moet je zeker niet zijn voor een abortus. Zelfs als het gaat tussen het leven van moeder of kind laten ze je gesterkt door het vertrouwen in God gewoon creperen. De andere geloofsrichtingen zijn genuanceerder. Wat dat betreft ging er een wereld voor me open. Ik ben er nu zeker van: geloven is gewoon mensenwerk. Hoe ik dat weet? Zelfs geestelijk leiders blijken buiten hun dogma’s net zulke twijfelaars te zijn als elk normaal denkend mens.


Lokeend18 augustus 2018                                                                                                                                                                             
 
De vijf vijfjes van de Staatsloterij branden in mijn binnenzak. Ik werp een blik naar binnen. Slechts twee dames kijken toe hoe de franchisenemende sigarenboerin de verzamelde waar op de toonbank uitstalt. ‘ID graag.’ Tussen de olijke verjaardagskaarten liggen plaatjes van uitgezaaide tumoren. De jonge vrouw kijkt even verbijsterd, zoekt tevergeefs in haar portemonnee en druipt af. Mokkend plaatst de winkelierster de gederfde afzet terug in de schappen. Beschouw het als een compliment, overweeg ik de botvangende cliënte nog toe te voegen, maar die is al weg. Bovendien schiet me net een krantenartikel van vanmorgen te binnen. Gemeenten overwegen lokgasten in te zetten om het massaal genegeerde verbod alcohol en tabak aan jongeren te verkopen adequater te kunnen handhaven. Een nieuw hoogtepunt in de toenemende nationale betrutteling. Tegelijkertijd is het een, in historische context bezien, droevig dieptepunt. Ze willen dus jonge mensen verklikkertje laten spelen om overtreders aan te kunnen brengen. Los van het universele gegeven dat het de taak van de jeugd is regels te tarten, vraag ik me af: wie zou in vredesnaam zulk werk willen doen? Welke jongere voelt zich zodanig desolaat en depressief om bereid te zijn in een kroeg een biertje en een asbak te bestellen? Gaat het daarna beter? Wil Menzis soms meebetalen? Kunnen ze meteen het meeloperfeest sponsoren met uniforme regenjassen en gleufhoeden. Er zit ongetwijfeld een profitabel businessplan in. Terwijl mijn loten worden gescand, komt de heengezonden vrouw gewapend met een ID weer naar binnen. Geen prijs. Wat een opwinding om NIX!



Komkommertijd11 augustus 2018                                                                                                                                                             
 
Vroeger wisten we het van tevoren: zodra het buiten heet is, dansen de journalisten op de redactietafel. Waar haal je immers nieuws vandaan als de veroorzakers ervan op het strand liggen? En dat het liefst onder landgenoten, dus niet tussen de Katwijkse kuilen maar exotisch ver weg. Daar maken ze en passant dagtripjes naar aardbevingsruïnes, orkaanschade en gloeiende lavastromen. Desondanks moeten de krantenkolommen hier gevuld worden. Een gesignaleerde wolf, uitermate vaag gefotografeerd, ging er eind vorige eeuw nog wel in en veroorzaakte drukte in de bossen. Dat is achterhaald: de wolf is er nu zelf in. Dit markeert een belangrijk keerpunt: zodra de krant bladvullingberichten verspreidt die uitkomen, is het spel uit: erkend nepnieuws lijkt dan verzwegen nieuws te zijn. Dat is de dood in de drukinktpot! Maar gelukkig is vandaag aan de dag het echte nieuws al net zo ongeloofwaardig en vele malen gruwelijker dan dat in de droogste komkommertijd. Ik begin steeds vaker te vermoeden dat dit woord niet is afgeleid van de groene vegadildo, maar een mystieke aankondiging of een cryptisch versleutelde onvervulde wens en vurig verlangen vertegenwoordigt naar de tijd dat er weer echt wat te melden valt. Hoe ver moet de verslaggever tegenwoordig gaan om de lezer ervan te doordringen dat zijn scoop niet waar is? Schrijven dat op de Vaalserberg honderd jaar geleden nog een Vierlandenpunt lag? Dat het platteland bezaaid ligt met levensgevaarlijke miltvuurbosjes? Of wil hij ons laten geloven dat de top van de Mont Blanc in Teylers Museum in Haarlem ligt?


GraaiGabbers4 augustus 2018                                                                                                                                                                                                              
 
Ik moet iets bekennen: een geschil met het dorpstoneel brengt ons voor het hekje en begint op mijn lachspieren te werken. Waar het over gaat? Geld natuurlijk. Dit is niet mijn keuze: ik ben van rede en overleg, niet van doof en stom. Namens de club zijn twee bestuursmuizen aanwezig die in geen enkel decor opvallen. De vorige keer was er een advocaat bij. Zo’n type dat zich tijdens de integratiebarbecue na twee flessen Aldi wijn laat ontbrallen dat hij zijn nabuurboertjes wel even wil helpen en produceert vervolgens even amusant als matig spierbonkenvocabulaire. Wat een dedain! Nu zijn ze alleen met zijn tweetjes. De advocaat-generaal slaat haar toga als een moederkloek om hen heen en ze schuieren behaaglijk tegen elkaar. De voorzitter vraagt aan Jul: ‘Bent u meneer Jut?’ Stilte, dan een deemoedig: ‘Nee, ík ben meneer Jut.’ Alleen al dat sullige herhalen van het woord ‘meneer’! Schmierend klapvee. Daarna knapt er iets in mij. Ondanks het overtuigend onderbouwd onderuithalen van de financiële vordering, volhardt de club in haar waanzinnige eis. Dom. Ze hebben hun script niet op orde; dat was ze in mijn tijd niet overkomen! Het Hof straft dat direct af en haalt er een streep door. Waarom ik breek? Ik kan onmogelijk begrijpen dat vijftien jaar topamusement schrijven en produceren wordt afgerekend met kille persoonsvernietiging, laat staan hoe oude gabbers tot graaiers zijn verworden. Valt hier eigenlijk wat te lachen? Nee, niets. Maar het is de enige manier om te kunnen dealen met deze kafkaiaanse triestheid.
 


©ZinderZinnen28 juli 2018                                                                                                                                                                                                                 
 
Na een korte wandeling door de binnenstedelijke hittegolf glip ik de boekhandel binnen. Inkoper Erik staat bij de deur en geeft me een hand. Over zijn schouder zie ik vanuit een ooghoek boeken van mijn hand in het schap liggen. Dan zie ik dat hij ook over mijn schouder kijkt, naar buiten, richting station. ‘Ik wacht op Heleen van Royen’, zegt hij verontschuldigend. ‘Ik ook.’ Lachend wijst hij mij de trap. ‘Vierde verdieping.’ ‘En dat bij deze warmte!’ ‘En dan ook nog bij dit onderwerp!’ Boven zit al een flink aantal belangstellenden te puffen. Veel vrouwen, merk ik op. Heleen schrijdt binnen in een gazongroene jurk. Ontegenzeggelijk een mooie vrouw. Ik kijk om me heen en hoop dat de kwalificatie ‘mooi’ een containerbegrip is dat meerdere interpretaties kent. Naast mij zit een aardige blonde kunstenares. Heleen wordt ondervraagd door een lokale journaliste die in haar eerste zin al de woorden ‘kut’, ‘lul’ en ‘neuken’ geforceerd combineert. Dan zijn die er maar vast uit. Ze vat er tevens het Sexdagboek van Heleen bondig mee samen. Tijdens de mutsdiscussie of juist ‘geen seks hebben’ het hedendaagse taboe is, haak ik af. ‘Ja, maar ik weet niet goed hoe ik de lezer moet meenemen’, antwoordt de blondine op mijn vraag of ze zich met het onderwerp erotiek bezighoudt. ‘Wat zou je van een ‘Meesterklas Erotisch Schrijven’ vinden?’ ‘Door jou?!’ ‘En Karen!’ ‘Noteer mij maar!’ Wat een positief marktonderzoek! Belangstellenden: houd de social media in de gaten; ik prakkiseer alleen nog op een titel.



BlokBuster21 juli 2018                                                                                                                                                                                
 
Ik ken onze Minister van Buitenlandse Zaken nog uit zijn tijd bij De Bank. Behalve wat magerder, is hij niet veranderd: Stef Blok is een nette integere vent. Dat hij dat is gebleven gedurende een periode waar in de financiële wereld de geldbomen tot in de hemel reikten, is een bewijs van vermogen. Een intelligente, alles afwegende man van beleid, vrij saai en soms wat onhandig ogend. Daarmee red je je vege lijf in een turbulente kraai- en graaiwereld van hanen en hennen met wijd uitslaande vleugels. Echter niet in de politiek. Daar is de VVD basiscompetentie handigheid geboden. Dat werd deze week duidelijk toen Stef een voor iedereen herkenbaar verhaal afstak over de problemen van het samenleven van mensen met verschillende achtergronden, waarmee hij op meerdere grote tenen ging staan. De hele wereld viel over hem heen. Hij had beter wat dichter bij huis kunnen blijven. Dat werkt relativerend. Van onszelf kunnen we rustig zeggen dat het eeuwenoude stammenverband nog altijd doorwerkt in onze beleving van bij wie we ons vertrouwd en eigen voelen. Als ooit papen en fijnen, Friezen aan weerszijden van de Tjonger, Limburgers met hun elkaar alles gunnende geheimtaal of 010 versus 020. We kiezen onze stam op basis van gevoelskleur en wisselen naar voorkeur en believen. ‘Uit gouden korenaren schiep God de Twentenaren, uit het afval en resten de klootzakken uit het westen.’ Gezellig, toch? In elk geval beter dan het beeld schetsen van een peniskoker die op Papoea-Nieuw-Guinea een wereldburger op de barbecue roostert.


Stamtafel14 juli 2018                                                                                                                                                                                                                                 
 
De afbladderende bruine kroeg is gevuld met de opeengepakte weeïge geur en smaak van een niet gelucht verleden. Stoelen vertonen de slijtage van generaties achterwerken, de bar schaafsporen van ellebogen en de ranzige tegels achter de pisbakken getuigen van afnemende precisie. Hier komen veel vaste gasten. Ondanks het smoezelige glas in de buitendeur herkent de uitbater menige gast voor hij binnen is en begint direct met tappen of schenken. Zodra de nieuwkomer zijn jas op de overvolle kapstok heeft gegooid staat zijn reguliere bestelling klaar. Blijkbaar heeft iedereen een eigen stek. Er is een tafel waaraan niemand mag zitten, dat wil zeggen: ik wil daar plaatsnemen maar de ondergeblondeerde serveerster wijst indringend zwijgend naar het bordje ‘stamtafel’. Gaandeweg de avond raakt die tafel toch bezet. Ook daar geldt zo te zien een tafelschikking: ze gaan niet op volgorde van binnenkomst bij elkaar zitten. Er is nog één stoel leeg, als een enorme bierbuik zich naar binnen wurmt en aan het hoofd van de stamtafel neerploft. Twee mannen op de verre hoeken gezeten springen als op commando overeind en halen bier. De overige vier krijgen een hand en de twee aan weerszijden van de bolle zelfs een klap op de schouders. Ze stralen van geluk en maken zich weer klein. De buik voert het hoogste woord, ondertussen onderdanig bewonderend aangekeken door zijn disgenoten. Hij krabt zich ongegeneerd in zijn kruis, betaalt luidruchtig de rekening en knijpt, #MeToo immuun, de kirrende kelnerin in haar bevallige bips. We zijn nog altijd een stammencultuur.