#BinnenDoorDenker 
 "- bondig formuleren zet aan tot doordenken -"
 

Stamtafel14 juli 2018                                                                                                                                                                                                                                 
 
De afbladderende bruine kroeg is gevuld met de opeengepakte weeïge geur en smaak van een niet gelucht verleden. Stoelen vertonen de slijtage van generaties achterwerken, de bar schaafsporen van ellebogen en de ranzige tegels achter de pisbakken getuigen van afnemende precisie. Hier komen veel vaste gasten. Ondanks het smoezelige glas in de buitendeur herkent de uitbater menige gast voor hij binnen is en begint direct met tappen of schenken. Zodra de nieuwkomer zijn jas op de overvolle kapstok heeft gegooid staat zijn reguliere bestelling klaar. Blijkbaar heeft iedereen een eigen stek. Er is een tafel waaraan niemand mag zitten, dat wil zeggen: ik wil daar plaatsnemen maar de ondergeblondeerde serveerster wijst indringend zwijgend naar het bordje ‘stamtafel’. Gaandeweg de avond raakt die tafel toch bezet. Ook daar geldt zo te zien een tafelschikking: ze gaan niet op volgorde van binnenkomst bij elkaar zitten. Er is nog één stoel leeg, als een enorme bierbuik zich naar binnen wurmt en aan het hoofd van de stamtafel neerploft. Twee mannen op de verre hoeken gezeten springen als op commando overeind en halen bier. De overige vier krijgen een hand en de twee aan weerszijden van de bolle zelfs een klap op de schouders. Ze stralen van geluk en maken zich weer klein. De buik voert het hoogste woord, ondertussen onderdanig bewonderend aangekeken door zijn disgenoten. Hij krabt zich ongegeneerd in zijn kruis, betaalt luidruchtig de rekening en knijpt, #MeToo immuun, de kirrende kelnerin in haar bevallige bips. We zijn nog altijd een stammencultuur.


Schnitzelland (2)7 juli 2018                                                                                                                                                                                                                        
 
Duitsland is een land met mooie brede wegen. Hoe verder je van de bewoonde wereld verwijderd raakt, hoe leger ze worden. Met een aangepast tempo (je mag bijna overal gewoon 100!) slingerend over de groene heuvels, ga je meevoelen met de Müller voor wie het Wandern een Lust is. De bewegwijzering is prima en bij menige bezienswaardigheid is wel een Gasthof te vinden tegen de weggelopen calorieën. Het valt op dat pinnen in de horeca nog niet erg ingeburgerd is, ook niet in de grotere plaatsen. Dat hebben ze nog niet geschafft. Ik ben onderweg naar Bad Arolsen, waar onze koningin Emma is geboren, en word warmer: steeds meer gele kentekenplaten om me heen. Vanuit een ooghoek zie ik het bordje ‘Ruhrquelle’. Ik schiet het grindpad annex parkeerplaats in, benieuwd naar de bron van de rivier waarnaar een heel Gebiet is vernoemd. Tweehonderd meter verderop staat een bankje bij een houten steiger met uitzicht op een pisstraaltje dat uit de rots opborrelt en zijn weg naar Rijn en Noordzee aanvangt. Ik weet niet waarom, maar deze omgeving zou zich ooit zomaar kunnen hebben geleend voor een Duitse softporno film uit de jaren zeventig: veel hout en bos voor de deur. Verder geen sterveling te bekennen. Onderweg terug naar de auto kom ik drie politiemannen tegen. Ze groeten even vriendelijk als kordaat en marcheren het bos in. Dreigt er gevaar? Is dit een plaats delict? Ligt daar een lijk? Heten ze Müller en gaan ze samen hun lust botvieren? Betoverend land!
 

Schnitzelland (1)30 juni 2018                                                                                                                                                                                                                     
 
Waar krijg je nog fatsoenlijk bed, bad en brood voor een schappelijke prijs? Bij onze oosterburen. Onder brood versta ik natuurlijk ook de andere producten uit de ‘gut bürgerliche Küche’. Ik ben er deze laatste week van juni om me te laven aan de onovertroffen Duitse natuur en cultuur en vooral de doorleefde hoffelijkheid en luisterrijke taal. Ik ken geen volk dat zich zo stipt aan de verkeersregels houdt. Op woensdag valt me op dat er ineens een epidemie van haast door het land raast, resulterend in lange files die alsnog voorkomen dat iedereen op tijd voor de televisie zit om naar, zoals zal blijken, de uitschakeling van de Mannschaft op het WK voetbal te kijken. Ik ben tijdig terug van een uitstapje naar het kasteel van de familie Waldeck-Pyrmont en neurie het volkslied mee. Ook al zo prachtig plechtig. Dan nemen de commentatoren het woord. In het begin valt het niet echt op, zodra je echter goed gaat luisteren, blijkt dat ze precies vertellen wat er op het veld gebeurt. Daar heb je het beeld toch voor, denk ik. Zouden ze het radioverslag er meteen bij doen? Nee, dat niet. Wellicht is dit een uitwas van de nasynchroniseercultuur. Alles wat ze niet direct begrijpen, wordt in de landstaal duidelijk gemaakt. Het vergt een flexibel vocabulaire om het allemaal bij te kunnen houden. Woorden als ‘Aufsetzer’, ‘Kugel’ en ‘Kettekonfrontiert’ zijn parels van sportverslaggeving. Ik zit te genieten in deze landstreek met de naam van het volksgevoel van vandaag: het Sauerland. 


Signatuur23 juni 2018                                                                                                                                                                                                                              
 
Iedereen heeft in zijn hoofd wel beelden die van invloed zijn geweest op het eigen leven en denken. Ik doel hier niet direct op gebeurtenissen met wereldwijde invloed, maar op signaturen onder persoonlijke ontwikkeling. Ik kom erop door de recente publicatie van onze HornyHoney Heleen van Royen, het met veel aplomb aangekondigde dagboek van haar liefdesleven. Een kort bezoek aan de webwinkel bevestigt dat de term ‘inkijkexemplaar’ de lading meer dan dekt. Hoe dieper ik in Heleen doordring, hoe meer associaties door mijn hoofd tollen. Hoe en waar begon dit allemaal? Was het de blote Phil Bloom die, in 1967, gezeten in een rieten stoel langzaam het dagblad Trouw liet zakken, haar borsten toonde en talloze beeldbuizen liet springen? Wie herinnert zich niet de poster van Saskia Holleman, naakt door de wei dartelend met een koe achter zich die haar aankijkt en denkt: duh, het is 1972, dat doe ik elke dag! Deze verkiezingsposter van de PSP moest meer kiezers laten trekken; dat is zeker gelukt maar vertaalde zich niet in een stijgend aantal stemmers. De ontvangers van Duitse televisie zaten rond 1980 met rode oren te kijken naar ‘Das Wunder der Liebe’ van Oswald Kolle om na afloop over te schakelen naar de radio en van Germaine Groenier nog wat praktische erotische tips te verzamelen. Maar terug naar het boek: Shere Hite met haar rapport of D.H. Lawrence over Lady Chatterley’s Lover kunnen niet tippen aan ‘De Happy Hooker’, dat ik bemachtigde van Xaviera Hollander zelf, met authentieke handtekening.



 Zorgen16 juni 2018                                                                                                                                                                                     
 
Afgelopen week hebben we onze pater familias van ziekenhuis naar verpleeginrichting gebracht. In zijn auto, op de passagiersstoel, kijkt hij rustig om zich heen. Als wij het grote blauwe bord met de witte pijl langs de onlangs opgeleverde N18 passeren, leest hij hardop de plaats waar hij meer dan tien jaar als weduwnaar heeft gewoond. Zodra we er voorbij zijn, lost het op in de nevel achter hem. Op naar de volgende bestemming. ‘Allemaal wrakken’, zegt de negentigjarige met een ironische ondertoon, de bewoners van zijn nieuwe woonomgeving in zich opnemend. Toen het woord verpleeghuis voor het eerst viel, sloeg de schrik ons in de benen. Gedeeltelijk op basis van eigen ervaring kwamen beelden van dementerende, zwijgend en wezenloos voor zich uit starende oudjes hangend in kinderstoelen naar boven. Onterechte zorgen. Het gerenoveerde tehuis, gelegen in een parkachtige omgeving en vooral de betrokken lieve mensen die er werken zijn uiterst cliëntvriendelijk. Een hele zorg minder. We geven hem met een gerust gevoel over aan hun verzorging. Dezelfde middag breng ik hem zijn televisie en laptop. Hij wil naar huis en is tegelijkertijd dankbaar voor het bezoek. Thuis zet ik zijn auto op de oprit en tref een buurvrouw van mijn leeftijd. Sinds ruim een jaar voert ze de strijd tegen kanker. Lichamelijk gaat het boven verwachting goed. De littekens zitten dieper. Na de diagnose regeert de voortdurende angst, vallen maskers van mensen af en is toekomstperspectief dichte mist geworden. ‘Het gaat om kwaliteit van leven’, zegt ze. Dat zijn zorgen.



#ErgerMeNiet9 juni 2018                                                                                                                                                                  
 
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onderzocht waar de inwoners van Nederland zich het meest aan ergeren. Het beantwoorden van oppervlakkige opinievragen was blijkbaar geen antwoordoptie. Opmerkelijk is dat de plattelandbewoner hele andere ergernissen ervaart dan de stadsmens. Het bevestigt tevens haarscherp dat de rondvraag een nutteloos komkommertijdverdrijf is: de stedeling zelve komt in de top drie van de rurale respondenten niet voor. Brave antwoorden, dat zijn het. Het CBS is een overheidsorgaan, dus je weet maar nooit. De mate van anonimiteit bepaalt die van de publiekelijk gedeelde ergernis. In een televisieprogramma als Bed & Breakfast blijft de feedback over bed, bad en brood beperkt tot een ontbrekend kledinghaakje of een te laag hangend spiegeltje (met uitzicht op de eigen dikke reet). Niemand durft de suggestie aan om als stimulans voor een bevredigend verblijf, naast het chocolaatje op het koffietafeltje, condooms neer te leggen en geen mens klaagt over de prikkende matrasveer tijdens de toch uitgevoerde onvermijdelijke weekendwegwip. Tussen haakjes: gelukkig krijgen we dat nooit te zien. De cameraman wil na gedane arbeid ook nog smakelijk kunnen eten. Het andere uiterste aan communicerende onbevangenheid wordt gevormd door de asociale media. Een mening daarover kan ik in minder dan 280 tekens af: virtueel vloeken, schermschelden, algoritmisch afreageren, biobraken, digitaal discrimineren of andere primaire uitingen vol taalfouten van de halfapen onder ons vooral geen enkele aandacht gunnen. Lafaards verdienen geen podium maar de doodzwijgstraf. Over taalfouten gesproken: ik erger me niet gauw, krijg alleen jeuk van mensen die zich daaraan irriteren.



Buurtstal2 juni 2018                                                                                                                                                                                                                                   
Managen van de huishoudelijke afvalstromen lijkt nog het meest op boeren. Net als het vee op het platteland, belangrijke schakel in de circulaire maatschappij, zijn de afvalbakken in de stad inmiddels gechipt. De hoeveelheid aan het varken gevoerde aardappelschillen en gras dat de koe eindeloos mag herkauwen wordt net zo nauwgezet bijgehouden als ons consumptieafval. In het kader van ‘diftar’. Dat is geen enge dierenziekte maar een ambtenarenkwaal: aan de hand van het aantal aanbiedingen van de verschillende afvalstromen, wordt de rekening opgemaakt. Inmiddels staan drie tonnen in de schuur in de weg. Daarnaast zijn er nog die genante doorzichtige zakken voor plastic en verpakkingen. Die geven je wel erg bloot. Gisteren ontwaarde ik in zo’n zak hoe in een bepaald huishouden de groei van de kinderschaar wordt beperkt. Qua doel lovenswaardig, maar middel en methode hoef ik niet te weten. Momenteel betalen we uitsluitend voor de leging van de grijze restafvalton. Wat iedereen bij introductie daarvan verwachtte kwam uit: bermen en houtwallen, van oudsher exclusief het terrein voor afval van drugslabs, liggen nu vol met spullen vallend onder een niet-concurrerend tarief. In elke straat bestaan plekken waar de tonnen als een kudde voor transport bij elkaar worden gezet. Onlangs zag ik daar een los, ongetond kastje aangeboden worden. In plaats van dat ding even snel in de tonnenwagen te flikkeren, plakte de Milieudienst er een briefje op: ‘Maak van uw buurt geen vuilnisbelt. Uw buren.’ Het kastje stond er maar kort alleen. De boodschap was als complimenteuze aanmoediging begrepen.