#BinnenDoorDenker 
 "- bondig formuleren zet aan tot doordenken -"
 

Embedded17 november 2018                                                                                                                                                                                                                 
 
Ik ben vooral geïnteresseerd in de persoon. Meer heb ik op dit moment niet: Arnon Grunberg is voor mij zowel letterlijk als figuurlijk tabula rasa. Ik kan overigens ook niet zeggen dat ik geheel onbevooroordeeld ben: de schrijver zorgt soms voor pittige controverses en dat aspect intrigeert mij stiekem het meest. Ik houd van mensen met meningen en daar heftige polemieken mee oproepen. Globetrotter Grunberg is met zichtbaar plezier even neergestreken in onze contreien, daartoe uitgenodigd door de jubilerende boekhandel waar ik te gast ben. Fysiek valt hij in het niet bij de introducerende directeur en interviewer van dienst. Zodra hij echter het woord neemt sublimeert Arnon direct naar het onbetwiste middelpunt van de avond. Vriendelijk beantwoordt hij vragen en, ondanks het Nederlandse tutoyeerterrorisme, altijd in de nette ‘u’ vorm. Daar kan ik al van genieten. Intelligent eloquent vertelt hij over de totstandkoming van zijn boeken en de diepte van de onderzoeken die hij daarvoor verricht. Hij streeft naar ‘embedded’ zijn, zeg: zo geïntegreerd als mogelijk onderdeel uitmaken van situaties of groepen om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Daar ontspringen de meest beklijvende zinnen. Ik concludeer ondertussen, schrijver annex persoon een uurtje te hebben meegemaakt, dat ik me onderin de valkuil bevond waarvoor de auteur zelf het meest beducht zegt te zijn: oordelen met beperkte kennis is gemakkelijk en wordt met toenemende inzichten steeds moeilijker en, als je alles weet, wellicht onmogelijk. Ik ga met open vizier de confrontatie aan met Arnon Grunbergs nieuwste roman ‘Goede Mannen’.


LichtDichter10 november 2018                                                                                                                                                                                                           
 
Valt het te rijmen dat Nederlandse zwartgallige dichters als Lévi Weemoedt, Jan Boerstoel en Hans Dorrestijn zich uiten in light-verse? Dat ze hun bezwaarde gemoed verdichten in lichte verzen? Dat is op zich ironisch. Dit poëziegenre associeer ik direct met de legendarische leraar Engels Johan van der Meulen, alias John O’Mill, die de stupiditeiten van zijn leerlingen in een heel succesvolle reeks boekjes publiceerde. Little bone comes for his little loan. Het is de frustratie van de meester gemaskeerd door humor. De andere genoemde light-verse-writers gebruiken een vergelijkbare techniek: door de ellende enorm op te blazen wordt het komisch. Dat is de basis van humor: een herkenbare situatie te relativeren door deze volledig uit zijn verband te trekken en die vergroten, verkleinen of er een verrassende twist aan te geven. Verantwoordelijk voor de faculteit associëren en producent van de lach in onze hersenen is de frontale kwab. Achterhalen wie dat breindeel mist is vrij eenvoudig: zij zullen niet om je vraag lachen. Mocht je als deel van het antwoord een hengst voor je kop toe krijgen, dan voldoet de situatie wel weer aan de regels van relativering en daarmee aan die van humor. De scherts is dus een ernstige zaak, waarmee niet te spotten valt. Doe je dat toch ... wat komt rondom gaat rondom, shall we but say. Intussen blijven zielenpijn en hartzeer de beste brandstof voor dichters, waar ze zich een weg uit proberen te rijmen. Bieden ze troost? Jazeker, ik snap mijn eigen lichtgedichten meestal ook niet.


Erbarmen3 november 2018                                                                                                                                                                       
 
In de aardige quiz Met Het Mes Op Tafel van Omroep Max vraagt de heerlijk anachronistisch gecaste presentator Herman van der Zandt in welke stad de Tweede Defenestratie plaatsvond, waardoor de Dertigjarige Oorlog uitbrak. De oplossing vind ik veel minder interessant dan het woord dat die aanleiding omschrijft. Defenestreren betekent ‘uit het venster werpen’. Hier gaat het om een aantal protestantse edelen die in 1618 drie katholieke vertegenwoordigers van de koning uit het raam van de burcht in - het antwoord - Praag flikkerden. Voor zo’n woord kun je me wakker maken. In het kader van een project voor mensen aan de onderste rand van de samenleving, heeft Beau van Erven Dorens het op een andere zender over gebrek aan ‘erbarmen’. Ook een prachtig woord, waarvan klank en ritme de betekenis - zich ontfermen - op bijna muzikale wijze helpen uitdragen. Luister maar eens naar ‘Erbarme dich’, de mooiste en ontroerendste aria uit Bachs Matthäus Passion. Wat hebben die twee begrippen met elkaar te maken? Aanhangers van twee christelijke geloofsovertuigingen kennen geen erbarmen jegens elkaar en vertegenwoordigers van, voornamelijk, overheidsinstanties niet met de kansloze zelfkanters. Het resultaat is in beide gevallen een verwijdering tussen mensen met verschillende achtergronden. Blijkbaar behoort erbarmen tonen exclusief tot de eigen stam. Daarbuiten is het bedreigend en vereist het bemiddeling van hogerhand: een zelf geclaimde god of een zelfbenoemde snob. Universele saamhorigheid smeden vergt liefde en lef. Waar een gelijk het voor het zeggen heeft, gaat een ander gelijk helaas nog vaak het raam uit!         


Pompoentijd27 oktober 2018                                                                                                                                                           
 
Onlangs heb ik mijn honderdduizendste krant gegleufd. Dat is langs iedereen heen gegaan: Persgroep Nederland, mijn collega-papierventers en, ondanks het zorgvuldig bijgehouden excelsheet, ook mijzelf. Het is geen onderwerp van aandacht. ’s Ochtends vroeg gaat de focus allereerst uit naar de actuele weerssituatie, om daarna plaats te maken voor een analyse van potentiële verstoringen in de dagelijkse routine. Ondanks de traag op gang komende herfst, bestaat al enige tijd het gevaar dat een verlate gaap gepaard gaat met een hap uit een spinnenweb of, bij westenwindvlagen, een hagelbui van eikels op mijn hoofd. Eind oktober vormen spontaan opdoemende pompoenen een extra risico. We schijnen tegenwoordig massaal aan Halloween te doen. Wat valt er in vredesnaam te vieren rond terugkerende zielen van doden van het afgelopen jaar die een nieuw lichaam willen bemachtigen? We leggen voedsel voor ze klaar – pompoenen – en verjagen infiltrerende boze geesten met maskers – van pompoenen. Daar gaat het mis: de meeste pompoenen zijn voor de sier, noch te eten noch voorzien van een afschrikwekkend mombakkes. Wat moet een verdwaalde geest nu? Om de dolende de weg te wijzen naar Horror Event ‘Screams’ heeft Avonturenpark Hellendoorn bijstand uit onverwachte hoek gekregen: in lokale kerken smeken doodsbange gereformeerden dat de duivel zich daar niet zal manifesteren. Voor betere reclame kun je niet bidden. Of ik in sprookjes geloof? Ja, natuurlijk. Elke ochtend opnieuw hoop ik dat een pompoen verandert in een koets om me op te halen voor de viering van mijn bezorgjubileum. Ik heb de hele dag tijd!


Youperdepoup20 oktober 2018                                                                                                                                                                                              
 
‘Een Knietje’ is de titel van zijn gewraakte column. Het is onvergeeflijk dat ons grootstedelijk geweten schijt heeft aan het verbod op het meer in evenwicht, sorry: balans brengen van de #MeToo-discussie. Dus knielt Youp van’t Hek deemoedig neer op een knietje in zijn eigen stof en maakt een beetje excuses. Dat is de ene kant. Hij mag het natuurlijk doen, maar er is ook een andere kant. Waarom doet hij dat? Door een heerlijk schurende column hoeft hij echt niet te vrezen dat zijn boekverkopen gaan dalen of voorstellingen minder uitverkocht raken. Zijn dat wel de onderliggende drijfveren, dan krijgt hij terecht het spreekwoordelijke lid letterlijk op zijn neus. Zelf schrijft hij liever niet het risico te willen lopen van een liter bleekwater in zijn kruis. Tegen intieme delen terrorisme is geen column gewassen. Daarmee zijn we weer bij de kern van #MeToo. Waar gaat het in die kern eigenlijk om? Weldenkende mensen gebruiken macht niet als wapen maar als hulpmiddel om anderen verder te helpen tot gemeenschappelijk voordeel. Intussen vraag ik me af of ook in ons land potentiële dragers van openbare functies in een hoorzitting vooraf publiekelijk psychosomatisch geschild moeten worden. Neem het ambt van columnerend cabaretier. Ons land stroomt immers over met kandidaten uit dat milieu! Waarom niet eerst langs een ballotagecommissie? De beslisvraag zal zijn of de kandidaat zichzelf ooit heeft bevuild. Zo ja, al was het in de peuterjaren, dan blijft het risico tot op hoge leeftijd aanwezig dat een keutel alsnog wordt ingetrokken.


Milieu13 oktober 2018                                                                                                                                                                 
 
Onze krant had het er onlangs nog over: de gevoelens die bepaalde termen oproepen kunnen erg verschillen. Werd ‘milieu’ ooit uitsluitend gebezigd binnen zichzelf in stand houdende entourages, inmiddels is het verworden tot een tenenkrommend stopwoord op elke verhandeling en discussie over de toestand van onze leefomgeving. De aanleiding is de puinhoop die de allesbepalende levensvorm op aarde ervan maakt. Met allesbepalend bedoel ik: omvang keer mate van impact. Vele diersoorten overvleugelen de mens qua aantallen exemplaren ruimschoots, zij zijn echter vrij beperkt in hun invloed. De natuur bestaat uit biotopen, wij bezetten de hele wereld. Toch zal de wereld zich uiteindelijk van ons bevrijden. Ons overwinnen. Ondanks ontelbare rapporten over hoe klimaat en daarmee temperatuur, weer en zeespiegel te beheersen, is een simpele taalkundige exercitie voldoende om aan te tonen dat dit een verloren strijd is. Het toont tevens de arrogantie van onze soort aan. We worden vanuit vele hoeken aangespoord bij onze handelingen rekening met de omgeving te houden. ‘Dat is ook beter voor het milieu’ is inmiddels als een geruststellend cliché in menige reclameboodschap opgenomen. Daar zit ‘m de kneep: vergrotende trappen van bijvoeglijke naamwoorden zijn bij uitstek menselijke maten. Onze leefomgeving, de natuur, kent geen beter of slechter. De natuurlijke omgeving is altijd autonoom en onverschillig naar haar inhoud, waarbinnen zelfs de mensheid slechts een ondergeschikte trap is. Negatief? Welnee, de natuur is volgens de milieumaffen immers het beste af zonder ons. Bijkomende bonus: eenmaal uitgestorven, zullen we er eindelijk nooit meer iets over horen. 
 

Eenheid6 oktober 2018                                                                                                                                                                             
 
‘Drrie oktoberr, dan zijn we als een bal!’ zong Rubberen Robbie in 1981 over de gedenkdag van het Leidens Ontzet in 1574. Na inundatie van de omliggende landen konden de Geuzen de stad eindelijk bereiken en een einde maken aan de maandenlange Spaanse belegering van hongerend Leiden. De oorlog tegen Spanje zou nog tot 1648 duren. De leiders van de gewesten waarin onze landstreken toen waren opgedeeld, hadden zich voor de strijd verenigd en die eenheid zou, met wat omwegen, de basis voor het huidige Nederland vormen. Al sinds de zestiende eeuw wordt Leidens Ontzet jaarlijks feestelijk herdacht. Op drie oktober wordt ook de Dag van de Duitse Eenheid gevierd. Het is de verjaardag van de eenwording van voormalig Oost- en West-Duitsland in 1990. In het westen bestond tot dan toe al een dag met die naam, als herdenking voor een arbeidersopstand in 1953 in de DDR, die door de Sovjet-Unie werd neergeslagen. Het symbool van de Duitse hereniging dat in menig geheugen gegrift staat, is natuurlijk de val van de Berlijnse Muur in 1989. Sensitiviteit naar de eigen geschiedenis maakte het onmogelijk dat die datum een feestdag kon zijn: op negen november in 1938 vond immers de Kristallnacht plaats. In Leiden komt men jaarlijks op drie oktober bij elkaar om haring, wit brood en hutspot te eten en er iets bij te drinken. Duitsers verlaten op die dag massaal hun verenigde land, niet vanwege heimwee naar voormalige bezette gebieden, maar voor onze gezelligheid. En natuurlijk patat en gebakken vis.


Mauk29 september 2018                                                                                                                                                                           
 
Mijn eerste associatie: allemaal stoere verweerde blonde koppen. Wie dichterbij komt ervaart pas de verschillen voor en achter Linde en Tsjonger, rond de Elfsteden, op het wad of in Het Bildt, waar de zelfbenoemde meest oorspronkelijke bewoners vandaan komen. Hoe groot hun onderlinge verscheidenheid ook is, samen is het volk een! Dit is de verbinding: het even figuurlijke als daadwerkelijke bruggetje bij Bartlehiem. Ik ben in het Fries Museum in Leeuwarden, de culturele hoofdstad van Europa 2018, voor de expositie ‘Escher op Reis’. Wat heeft de grote Nederlandse kunstenaar Maurits Cornelis Escher met deze stad? Hij is er in 1898 geboren en heeft er vijf jaar gewoond. De tentoonstelling laat zeer overzichtelijk zien hoe het kunstenaarschap van de beginnende graficus zich ontwikkelt, op reis gaat. Escher werd geïnspireerd door onder andere de Moorse decoraties in het Alhambra in Granada, dorpen, steden en kustlijnen van zijn geliefde Italië, waar hij lang woonde, tot aan de golfbewegingen van de zeeën waarover hij reisde toe. Dit resulteerde in talloze schitterende litho’s en gravures. Maar het was slechts voorspel, de opmaat naar zijn wereldberoemde met mathematische precisie geconstrueerde zinsbegoochelende werken waarin werkelijkheid en waan zo grandioos versmelten. Om me heen staan mensen met hun neuzen bijna tegen het glas: ‘Hoe doet hij dat?’ Veel interessanter is de vraag: ‘Wat doet dit met mij?’ Ik zie werelden zonder onmogelijkheden en beperkingen, waaruit figuren even kunnen ontsnappen, uit elkaar gaan, over de brug lopen en zich weer naadloos verenigen tot een geheel. Het lijken wel Friezen.


Lateraal22 september 2018                                                                                                                                                                                                                  
 
Lateraal valt in een verzameling woorden die door zowel hun schrijfwijze als klank intrigeren. De fysieke presentatie staat in elk willekeurig lettertype klaar als staal. Bij het hardop uitspreken hoor je de a’s, de koele binnenrijm in het woord zelf, lekker losjes vastzitten tussen de beide ellen aan voor- en achterkant. De t geeft bite. Om dat allemaal goed tot je door te laten dringen, om er ongestoord door het woord zelf naar te kunnen kijken en het in de mond te nemen, neem je afstand. Je gaat voor een optimale en heldere ervaring even aan de zijkant staan. Dat is de bonus van dit woord dat het tot een selecte buitencategorie laat behoren: lateraal betekent zijkant. Het gaat mij hier niet om het etaleren van een pedant soort intrinsieke woordanalyse, maar van een andere manier van kijken naar en benaderen van. Belangrijke competenties hierbij zijn durf, fantasie en een behoorlijke mate van onverschilligheid naar vastgeroeste methoden. Ik heb het over lateraal denken: het anders of opnieuw ordenen van informatie om nieuwe informatie te laten ontstaan. Wij zijn geneigd een rechte lijn te kiezen tussen een beginsituatie en een eindsituatie. Stuiten we onderweg op een onmogelijkheid, dan beginnen we weer van voren af aan. De laterale denker gaat echter op de ingeslagen weg door, kijkt vanuit de berm: ‘stel dat het wel mogelijk is’. Dat kan leiden tot nieuwe inzichten op meerdere gebieden. Vraagje: wat als een regenwolk zich niet in druppels leegt, maar ineens, als een emmer vol water?