Een vierluik

Samen met zijn zoon herbeleefde auteur Robert Beernink enkele betekenisvolle plaatsen uit zijn boek ‘Het Grijze Veulen’.


Luik 1: Villa Marlier aan de Wannsee in Berlijn.


Reisjournaal 9-11 mei 2026


Op negen mei om negen uur in de ochtend sturen we de auto vanuit Enschede oostwaarts, richting Berlijn; een uur of zes rijden. Een lusteloos ogende politieagente bij grensovergang De Poppe laat ons toe tot Duitsland. Nog geen tien minuten later, na door Maps aangeboden alternatieve routes eigenwijs te hebben genegeerd, staan we een uur in de file. Beiden doorstaan we de stresstest: ‘We komen er wel!’ Zo is dat.


Zoevend over de A30, passeren we mij bekende plaatsen uit mijn jeugd, veelal bestemmingen van dagtripjes met mijn ouders: slot Bentheim, de antieke Sommerrodelbahn bij Ibbenbüren, vakwerkhuizen in Tecklenburg, de Dörenther Klippen, een paar rotsen in het Teutoburgerwald die we als kind regelmatig hebben beklommen, en wat verderop, bij Detmold, het Hermannsdenkmal.


Op een grote Rastplatz in het Weserbergland eten we een hardgekookt ei - familietraditie - en wisselen we van plek. De brede Autobahn A2 voert ons langs Hannover en, op enige afstand, de Gedenkstätte van het door mij al jaren geleden bezochte concentratiekamp Bergen-Belsen.


We naderen langzamerhand de oude ‘Innerdeutsche Grenze’ bij de toenmalige grensplaats Helmstedt. De A2 was destijds een van de drie corridors naar Berlijn. Ik herinner me nog goed hoe het IJzeren Gordijn dwars door de landstreek Harz en daarmee dwars door dorpen en zelfs families sneed. Ook de angst die West-Duitsers hadden om er dichtbij te komen is mij altijd bijgebleven. Die hindernis is er gelukkig niet meer en we rijden een paar uur later de grote ring van Berlijn op. Na het scoren van een milieusticker vinden we probleemloos ons hotel in het centrum, nabij de Brandenburger Tor en Unter den Linden.


De volgende dag, 10 mei, lopen we met een gids langs belangrijke plekken uit het naziverleden: van de Rijksdag tot en met de voormalige Führerbunker. Daarna bezoeken we het museum Topographie des Terrors op de plek waar ooit het Reichssicherheitshauptamt, het gevreesde hoofdkantoor van de Gestapo en de SS stond. 


Maandagochtend, 11 mei, rijden we naar concentratiekamp Sachsenhausen, in het noorden van de stad. Het valt mij weer op hoezeer al die kampen die ik heb gezien en de gruwelijke misdaden die er werden gepleegd op elkaar lijken, dus gestandaardiseerd waren. De eerbied, het respect en de openheid waarmee het huidige Duitsland met dat inktzwarte verleden omgaat, in een prachtig Duits woord ‘die Bewältigung’, vind ik bewonderenswaardig! ‘Nie wieder’ schreeuwen de ‘Mahnmalen’ (‘Nooit meer’ schreeuwen de ‘gedenkplekken ter waarschuwing’)!


Voor we ons gaan vergapen aan de pracht van park en praal van slot Sanssouci in Potsdam, parkeren we de auto na een prachtige rit door een lommerrijke omgeving op een idyllische plek aan de boorden van een meer.


Citaat uit ‘Het Grijze Veulen’


‘Ik heb altijd gedacht dat, als je iets wilt begrijpen dat onvoorstelbaar is, je zo dicht mogelijk bij de plek moet zijn waar het is begonnen, maar het feit dat daar op een namiddag in januari 1942 een aantal nazi’s binnen twee uur heeft besloten hoe het Jodenvraagstuk voor eens en altijd op te lossen, is te grotesk voor woorden. Laat staan dat het in de schedel van een normaal denkend mens past.’


De Plaats

In deze prachtige, riant gelegen villa Marlier aan de Wannsee in Berlijn werd op 20 januari 1942 op uitnodiging van nazileider Reinhard Heydrich een bijeenkomst gehouden van vijftien hoge naziambtenaren, waaronder Adolf Eichmann, om de uitvoering van een ‘definitieve oplossing’ voor het ‘Jodenvraagstuk’ (Endlösung de Judenfrage) te bespreken.


Met name in het oosten werd toen al volop genocide gepleegd op ongewenste bevolkingsgroepen. Doel van de Wannsee-conferentie was afspraken maken over de verantwoordelijkheden en taken van politiek, departementen, veiligheidsdiensten, politie en private geledingen ten aanzien van de georganiseerde uitroeiing van grote groepen mensen, waardoor de massamoorden een maatschappij breed gedragen verantwoordelijkheid werden.


De expositie in de villa laat daar geen enkele twijfel over bestaan.

* * *


Luik 2: Oświęcim, Polen, tijdens de Duitse bezetting Auschwitz 1 (Stammlager).

 

Reisjournaal 12-13 mei 2026


We laten de drukke, levendige stad Berlijn achter ons, gaan op weg naar leegte en dood. Dat klinkt zwaar, maar na mijn eerste trip naar Zuid-Polen zijn mij juist die woorden bijgebleven. Het gaat niet om het land en zeker niet om de mensen, wel om wat in Berlijn door de nazi’s was bedacht en daar in de praktijk werd gebracht.


Ik heb een oude routekaart van de ANWB waarop de door Maps geadviseerde route nog wordt afgeraden vanwege de slechte staat van de weg. We zijn nu niet eigenwijs en rijden via Cottbus over de A15 richting Breslau. Nadat ik me ooit in Noord-Frankrijk heb vergist door op de bewegwijzeringsborden niet de connectie Gand en Gent te leggen en op de Autoroute naar Duinkerken terechtkwam, ben ik extra alert. Breslau ligt aan de ooit meest oostelijke rand van Duitsland, is nu Pools en heet Wrocław. De weg is prima, voert door eindeloze bossen en wordt praktisch uitsluitend gebruikt door vrachtwagens. En door ons.


Bij de grens geen controles, alleen een bord dat aangeeft dat we in Polen zijn en dat de snelweg hier A18 heet. Op de aansluitende A4 wordt het wel wat drukker, maar lang geen Duitse of Nederlandse toestanden. Eind van de middag bereiken we Krakau en vinden ons hotel in de oude binnenstad.


We lopen een rondje over de indrukwekkende markt en klimmen naar de beroemde en werkelijk schitterende Wawel burcht waar we over de prachtige stad en de rivier de Wisla uitkijken. Krakau heeft nauwelijks geleden onder het geweld van de Tweede Wereldoorlog.


Ik besef dat dit een welhaast cynische constatering is. In deze burcht zetelde immers Hans Frank, tussen 1939 en 1945 gouverneur-generaal van het Pools Generaal-Gouvernement. Hij werd ‘de slager van Polen’ genoemd.


Aan de horizon, ten zuidwesten van de stad, ruim zestig kilometer hier vandaan ligt onze bestemming van morgen.

 

Citaat uit ‘Het Grijze Veulen’


Ze wandelen verder, richting de stenen barakken. H’s blik verstart als ze de poort ziet met daarboven, wat K bij hun afscheid in Celle omschreef als de meest cynische onder de spreuken: Arbeit macht Frei. E neemt H bij de hand en begeleidt haar naar binnen. H bukt als ze onder ijzeren letters door lopen en Stammlager Auschwitz 1 betreden.

 

De Plaats

De toestroom van belangstellenden is (ook) vandaag enorm, wordt echter deskundig in goede banen geleid. Wij melden ons voor de Engelstalige tour van tien uur.


De ingang is veranderd. Voorheen stond je al snel binnen het voormalige Poolse kazernecomplex dat door de nazi’s tot concentratiekamp werd omgebouwd. Begeleid door de gids gaan we nu een trap af en lopen door een donkere gang, waar de namen van slachtoffers worden genoemd. Er wordt om stilte gevraagd. Helaas kan niet iedereen dat respect opbrengen.


Het is nog maar de indrukwekkende opmaat.


Na de meest gefotografeerde poort, met het opschrift ‘Arbeit Macht Frei’, te zijn gepasseerd lopen we door het museum dat in diverse barakken is gehuisvest. De expositie is ten opzichte van mijn eerdere bezoek aangepast. De zalen met vitrines vol afgeschoren haar, brillen, koffers en andere eigendommen van de slachtoffers zijn er nog, net als de gevangenis met de executiemuur, de galg, gaskamer en het crematorium. Ze komen nog harder binnen dan eerder het geval was.


Op een enkeling na die zichzelf belangrijker vindt dan de 70.000 doden in dit kamp, praat niemand. Velen buigen het hoofd, onthutst, ontzet, onbegrijpend. Het is moeilijk een gepaste houding te vinden. Tot in je wezen laten doordringen wat hier is gebeurd lukt niet op een winderige woensdag in mei. Dat vergt tijd. Iedereen voelt nederigheid als we op de shuttlebus stappen naar Auschwitz 2 - Birkenau.

* * *


Luik 3: Krakau, Polen, Oskar Schindlers Emaillefabriek.

 

Reisjournaal 13 mei 2026


Om de zinnen wat te verzetten, schuiven we met de tijd. In plaats van in de shuttlebus naar Auschwitz-Birkenau zitten we in de auto. We kiezen de route zonder snelwegen, doorkruisen dorp na dorp en bereiken na een uurtje de buitenwijken van Krakau.


‘Online zijn voor vandaag geen kaarten meer te koop; voor de komende dagen ook niet.’


We wagen het erop. De routeplanner stuurt ons zigzaggend door de stad. Ik moet ongewild denken aan de taxichauffeur in San Francisco die ons, lang geleden, van Pier 39 terug naar het hotel zou brengen. Er leek geen eind aan de rit te komen en ik weet zeker dat we vier keer vlak langs ons hotel zijn gereden.


Ons reisdoel komt in zicht; ik kan me de grijze façade nog herinneren. Ondanks de meldingen op internet en de grote drukte worden we hartelijk ontvangen en kunnen direct naar binnen.

 

Citaat uit ‘Het Grijze Veulen’


‘Blij dat ik het gezien heb. Zijn kantoor lijkt nog in de oorspronkelijke staat, daar ben je het dichtst bij hem. Dat voel je gewoon. Ik ken natuurlijk het verhaal en de film. Hij heeft gedaan wat hij kon om zoveel mogelijk mensen te redden van hun ondergang door ze voor hem te laten werken. Een ongelooflijke prestatie. … Desondanks blijf ik erbij dat wie slechts één leven redt, net zo’n grote held is als wie, zoals hij, er elfhonderd redt. Het gaat niet om de score. Je moet het maar durven!’

 

De Plaats

In Oskar Schindlers Emaillefabriek wordt thans op zeer aanschouwelijke wijze uitgebreid de geschiedenis van Krakau in oorlogstijd belicht. Van mijn eerdere bezoek staat mij eigenlijk alleen het kantoor van Schindler nog voor de geest. Daar ging het mij toen vooral om.


Dit bureau in de emaillefabriek in Krakau en de vergadertafel in de villa Marlier aan de Wannsee in Berlijn hebben alles met elkaar te maken!


Schindlers verhaal mag bekend zijn. Aanvankelijk spioneerde hij voor de nazi’s in Tsjechië en was betrokken bij wapensmokkel naar Polen. Tijdens de Duitse bezetting kocht hij in Krakau een onteigende Joodse emaillefabriek tegen een gunstige prijs, bemande die met goedkope Joodse werknemers en behoedde, onder andere door zijn contacten met SS-Hauptsturmführer Amon Göth, uiteindelijk meer 1.100 Joden voor een wisse dood.


Ik ontkom nu niet aan een gedachtesprong. De naam Oskar Schindler associeer ik altijd direct met de naam Leendert Overduin. Wie hun levensverhalen leest, zal verbijsterd staan hoe zij ondanks geheel verschillende achtergronden, tot vergelijkbare daden kwamen; dat het bureau van Schindler in Krakau alles te maken heeft met een kansel in Twente.


Leendert Overduin, dominee in Enschede, hielp met groot gevaar voor eigen leven de lokale Joodsche Raad, voorgezeten door textielbaron Sig Menko, bij het laten onderduiken en redden van zo’n 1.200 Joden. Wat zijn verhaal nog indrukwekkender maakt, is dat hij vanuit zijn geloofsovertuiging dat onderdrukte mensen moeten worden geholpen, na de oorlog kinderen van NSB’ers opving.


Als ik in de buurt ben, bezoek ik op de Oosterbegraafplaats in Enschede steevast de laatste rustplaats van deze grote held. 

* * *


Luik 4: Oświęcim, Polen, tijdens de Duitse bezetting Auschwitz 2 (Birkenau).

 

Reisjournaal 14-17 mei 2026


Na een overnachting in Bratislava rijden we door Oostenrijk naar Schönau am Königssee in het meest zuidoostelijke puntje van Duitsland. We laten de snelwegen weer links en rechts liggen en doorkruisen een even overweldigend als uitbundig groen berglandschap.


We willen nog naar Het Adelaarsnest op de Obersalzberg in Berchtesgaden en boeken direct na aankomst in ons hotel tickets voor de bus die ons vanaf de parkeerplaats naar boven zal brengen. De volgende dag rijden we naar de opstapplek maar vanwege ‘operationele problemen’ gaan er vandaag geen bussen naar de top van de berg waar ooit prominente nazi’s, waaronder Hitler zelf, een huis bezaten.


We troosten ons met het slechte weer; de regen en dichte mist zou het normaliter fantastische uitzicht vanaf het Kehlsteinhaus op de Königssee toch maar bederven. Dat theehuis, op 1.834 meter hoogte, is het enig resterende gebouw op de Obersalzberg. Als alternatief bezoeken we maar het zeer informatieve Documentatiecentrum en de opengestelde bunkers.


De rest van de dag toeren we door de grensregio van Oostenrijk en Duitsland, vullen een formulier in om het geld van de buskaartjes terug te vorderen en maken ons op voor de thuisreis.


We rijden noordwestwaarts over de Autobahn, praten over wat we gezien en beleefd hebben, nemen de omgeving in ons op zonder te kijken en zwijgen. Na vertrek uit Krakau zijn onze gedachten en emoties in Polen blijven steken, in een onontwarbare knoop.


Citaat uit ‘Het Grijze Veulen’


Ze pakt E’s hand. ‘Kom, ik kan het bijna niet geloven.’ Ze troont E mee, wijst naar de ruïnes achter op het terrein. ‘Daar moet het ergens zijn geweest.’ Tussen het puin van de vernietigde moordkamers en verbrandingsovens probeert ze zich te oriënteren. ‘Daar, daar was het!’


E laat zich volgzaam meevoeren. ‘Wat was daar, schat?’


Ineens houdt H halt. ‘Ongelooflijk. … ongeloof…’ Tranen stromen over haar wangen. ‘Dit … dit kan niet waar zijn. Zelfs hier … E … zelfs hier komen verhalen samen.’

 

De Plaats

De beroemde toegangspoort, het doodlopende spoor, opgeblazen gaskamers en crematoria, de enorme vlakte die bezaaid is met schoorstenen van de ontelbare barakken die er ooit stonden waarvan er nog een paar zijn overgebleven om te bekijken.


De omvang van het terrein grijpt je naar de keel. Hier werden meer dan een miljoen mensen vermoord. Op één van de sporen staat een veewagon. Daar komen alle fragmenten van ons reisverhaal bij elkaar.


In het museum van Auschwitz 1 zagen we een foto waarop een zojuist per trein gearriveerde mensenmassa na selectie in tweeën is gesplitst: een rij van hoofdzakelijk mannen en een rij met vooral ouderen, vrouwen en kinderen. Een rij geschikt voor werk, een rij ongeschikt voor werk, een rij van uitgestelde dood, een rij van directe dood.


Wij staan nu, ruim tachtig jaar later, op datzelfde perron, op dezelfde plek van waar geschikten voor werk naar de barakken werden begeleid en ongeschikten voor werk rechtstreeks naar de gaskamers. Op een ander spoor staat alweer een volle trein te wachten.


Als we thuis zijn, staat die er nog steeds.

* * *

Afbeelding hersenen onder spanning.
2 juli 2026
De weg is voldoende breed voor het verkeer, maar aan beide kanten staan auto’s geparkeerd. …
Roze taart met het getal 100
29 juni 2026
Onze tante Lies wordt honderd! Zij is de eerste in de familie die deze mijlpaal bereikt. Tijd voor een feestje! …