Afbeelding invoegen
 ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.'
(Albert Einstein)

Afbeelding invoegen
Hemelvaart 
 
We dauwtrappen langs een veldkapelletje.
‘Waarom heet deze dag zo, pap?’ vraagt mijn groep vijf wijsneus.
Ik leg uit dat er een veelgelezen boek bestaat, waarin de hoofdpersoon doodgaat en opstijgt naar het paradijs. Ik bereid me voor op meer theologische dieptevragen.
‘Als een soort raket? Of had hij te veel bruine bonen gegeten?‘ Ze lacht en denkt even na. ‘Is opa-opa ook naar de hemel gevlogen? En opa later ook?’
‘Wat denk je?’
‘Hoop het. Dat is toch mooier dan dood zijn!’
‘Denk je dat opa opa-opa daar heeft gezien?’
‘O, nee! Opa-opa is al veel te hoog!’
 
Denktanken 
 
‘Vroeger hadden we aan Loe de Jong en pater Leopold Verhagen genoeg. Dan wisten we, duidelijk uitgelegd, hoe het zat. Kom daar nou maar eens om! Tegenwoordig laten ze voor elke kwestie legers generaals b.d., corpora hoogleraren, ontelbare mij onbekende BN’ers en, het ergste, dolende opiniepanels opdraven.’
‘Dan kun je je toch een afgewogen mening vormen?’
‘O ja? Ik zie onderhand door de virologen het virus niet meer! Hoe meer deskundigen, hoe meer je zelf moet denken.’
‘En, wat is daarvan het resultaat?’
‘Dat ik nu weet dat een pandemie geen culinaire term is. Net als, zeg maar, peniskoker.’
 
Zoönose 
 
‘Volgens een Indiase deskundige een waarheid als een koe!’
‘Ik geloof er geen sikkenpit van! Elke brulaap kan jou blijkbaar hoorndol maken.’
‘Ik kan prima de bokken van de schapen scheiden.’
‘Het zijn wolven in schaapskleren. Kijk eerst de kat uit de boom, dan span je het paard niet achter de wagen.’
‘Dat is in het hol van de leeuw heel lastig.’
‘Snap ik. Dus, ‘de sprong van de haas’ is besmettelijk?’
‘Ja, als stroop voor de vliegen.’
‘En dat zegt?’
‘Kamasutra van Vâtsyâyana.
’‘En die wetenschap maakt jou trots als een hond met zeven …’
‘Als een pauw!’
 
Huidhonger 
 
Hij is bezorgd, zij smacht. Eindelijk. Het lijkt zo lang geleden. De regels maken lust tot last.
Verlekkerd kijkt zij naar zijn vel, strekt haar rechterarm, laat de hand er kort boven zweven, dan langzaam zakken. De wijsvinger maakt contact, de duim, alle vingers. Ze zucht diep, aait liefdevol, buigt voorover, ruikt met gesloten ogen. De streelhand raakt haar neus, ze lacht ondeugend.
Het puntje van haar tong komt tevoorschijn en likt plagerig met korte haaltjes, laat het zachte roze vlees trillen. Ze opent haar mond verder, hagelwitte tanden bijten begerig en fileren de op de huid gebakken zalmmoot.

Thuisonderwijs 
 
‘Krijg je het niet in de vingers, zoon?’
‘Nee, vader, helaas, de geest is afwezig en draagmoeder Ria wist het niet. Jij weet zo veel, wil jij me helpen?’
‘Kan het proberen. Neem drie appels, eet van één appel driekwart op en deel die met de rest. En onthoud: delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde.’
‘Dat is … dus … twee gedeeld door een vierde is … twee keer vier is acht!’
‘Juist! Oefen, voor later, datzelfde met vijf broden en twee vissen.’
‘Hoe heet dit vak ook weer, vader?’
‘Deel en heers, zoon.’
 
Jammer 
 
‘Hoi! Ik moet de jammer opruimen.’
‘De jammer?’
‘Deze rommelzolder. Die staat vol spullen die jammer zijn om weg te gooien.’
‘Je werkt toch vanuit huis dezer dagen?’
‘Ja, wij allebei, maar na twee weken … wordt zelfs dit huis erg klein. Ik werk kennelijk behoorlijk op de zenuwen en zou meer kunnen doen dan "de hele dag op je luie kont achter dat scherm zitten”.’
‘Hier heerst rust.’
‘Gelukkig wel, ja.’
‘Hé, wat is dit? Wie staat er op deze foto?’
‘Dat die hier nog ligt … dat was zijn eerste vriendinnetje.’
‘Niet wat geworden, dus.’
‘Nee. Jammer.’
 
Geloof 
 
Voor het eerst in weken rijd ik even de stad in. Op virusvrije zaterdagen staat deze uitvalsweg mudvol. Vandaag niet.
Bijna thuis. Op de radio een verzoekplatenprogramma. Moeder mist kind, dat ver weg in quarantaine zit en laat ‘Avond’ van Boudewijn de Groot opzetten. Ik rijd een blokje om, wil ‘... maar de dingen in de kamer …’ horen. Zo prachtig. In de spiegel zie ik de chauffeur van de auto achter mij meezingen. Zijn ronde lippen verraden de lange o’s in het refrein. Een tegemoetkomende jonge bestuurster schreeuwt ze uit, tranen over wangen.
God is dood, leve geloof.
 
Rits 
 
‘O, je bent op zolder. Wat zoek je?’
‘Vinyl. Hij moet hier ergens … ja, in deze oude doos.’
‘Een rits?’
‘Destijds heel apart. Was door de hoes van kunstenaar Andy Warhol zelfs twee gulden duurder dan andere elpees.’
‘Kan hij open?’
‘Probeer maar.’
‘Er zit toch niks raars achter?’
‘Nee, hoor, wel iets moois!’
‘Doet hij het nog?’
‘Natuurlijk, hoewel bijna vijftig jaar oud blijft het prachtig.’
‘Waarom …?’
‘In crisistijd heb ik zin in slepende blues.’‘Die zit achter de rits?’‘Ja, unzip en luister: "It’s just that demon life has got me in its sway …”’ 
 
Clos 
 
Al in de brugklas vertaalden we het Onze Vader in het Frans. Dat was gelukkig geen voorbode van een benepen curriculum. Integendeel: een openbaring zou spoedig volgen.
Ter verrijking van de Franse taal lazen we een eenakter van Jean-Paul Sartre en woonden de theateruitvoering bij.
In Huis clos (vertaald: Met gesloten deuren), Sartres beschrijving van de hel, treffen drie mensen met verschillende achtergronden elkaar in een kamer die ze niet kunnen verlaten.
Zijn existentialistische boodschap luidt: we hebben anderen nodig om te bestaan, zij maken ons bewust van de kwaliteit ervan.
Dezer dagen ervaar ik een déjà vu. Nondeju!