Uitje
4 juni 2026
In het restaurant kijk ik uit op een lange tafel waaraan een divers gezelschap zit.
Naarmate de inname van drank en spijs toeneemt, ontwikkelt zich het herkenbare patroon van een bedrijfsuitje.
Een enkeling straalt stoer uit er weinig mee te maken willen hebben. Anderen wisselen, kansloos sjansend, voortdurend van stoel. De man die overdreven luid naar zijn overbuurman lacht, wil duidelijk in het gevlei komen. Hij, op zijn beurt, kijkt om en om naar de klok en zijn, vermoed ik, secretaresse en zucht. Hij is de directeur.
Ik ben in Bratislava. Dit type collegiaal kuddegedrag is ook al grenzeloos.

